Op dode rietstengels in rietkragen en in veenmosrietland.
Verspreiding: zeldzaam, verspreid voorkomend, voornamelijk in laagveengebieden.
Hoed 5-10 x 3-6 mm, eivormig, kegelvormig of ellipsvormig, dan uitspreidend tot ongeveer 1,5 cm, wit met donkerbruin centrum, velum aanwezig in vorm van bruine vlokkige schubjes die afsteken tegen de witte ondergrond. Vrij dicht open, vrij, wit, dan grijs tenslotte zwart. Steel tot 60 x 1-2 mm, grijzig-wit, iets vlokkig aan de voet. Sporen 5,5-10,5 x 4,0-8,5 µm, Q = 1,05-1,45, av. Q = 1,20-1,30, eivormig tot ellipsvormig, matig roodbruin, met een centrale tot iets excentrische kiempore. Elementen van het velum vertakt, dikwandig.
Dit kleine inktzwammetje is meestal gemakkelijk te herkennen aan de donkere, afstekende schubjes op de hoed, en het substraat. Bij twijfel zijn de afgeronde uitsteekseltjes van het vertakte velum een goed kenmerk. Raadpleeg ook de inktzwammen bewerking van Cees Ulje in de FAN6.
Foto’s uit de Danske Svampeatlas
Lijntekeningen uit FAN6
Bezoekadres & postadres
Toernooiveld 1
6525 ED Nijmegen
info@paddenstoelenonderzoek.nl
ANBI-stichting
Paddenstoelenonderzoek Nederland is een ANBI-stichting en maakt onderdeel uit van Stichting Natuur Onderzoek Nederland.