Soortenbank

Smakelijke russula

-

Russula vesca

Smakelijke russula

Ecologie en verspreiding

Ectomycorrhizapartner van loof- en naaldbomen in loof- en gemengde bossen, op matig vochtige tot droge, kalkarme, voedselarme tot matig voedselrijke zand- en leembodem. Algemeen, vooral in wegbermen en lanen op de hoge zandgronden, in de duinen. Juli-oktober.

Herkenning

Een middelgrote tot grote russula met een tot 7 cm brede hoed, lilaroze tot rozerood, vaak gemengd met bruingele tinten, soms met groenige vlekjes, niet gevoord, niet gestreept, droog, mat, vaak fijn rimpelig in het centrum, de hoedhuid loopt vaak niet helemaal door tot de hoedrand, waardoor de plaatjes iets buiten de hoedhuid uitsteken. Plaatjes smal, dicht op elkaar, gevorkt bij de steel, wit, later soms wat bruin vlekkend. Steel korter dan de hoed, diameter 1-2 cm dik, wit, hard, droog, iets overlangs gegroefd, kaal, aan de basis vaak met bruine vlekjes. Fel oranje tot roze verkleurend met ijzersulfaat (toversteentje). Vlees wit, geur en smaak aangenaam, nootachtig. Sporenfiguur wit. Deze soort valt op door de kleur, de hoedhuid die vaak niet helemaal tot de rand van de hoed doorloopt, het harde, milde vlees, de verkleuring met ijzersulfaat, en de witte sporenfiguur. Soorten uit de groep van de Berijpte russula (R. grisea sensu lato) hebben minder hard vlees en een crèmekleurige sporenfiguur. Bij de Vorkplaatrussula (R. heterophylla) loopt de hoedhuid door tot aan de rand en ontbreken roze tinten meestal geheel.

instructie video over de Russula’s van het bosmeetnet

Verspreiding