In het Meetnet bospaddenstoelen worden vier typische soorten en 138 begeleidende soorten gemonitord in alle bostypen en in met bomen beplante lanen en wegbermen op de pleistocene zandgronden en in de duinen. Heb je de online basiscursus paddenstoelen gevolgd of heb je die kennis al, en herken je tenminste de vier typische soorten Cantharel, Regenboogrussula Smakelijke russula en Zwavelmelkzwam dan kun je aan dit meetnet meedoen. Verspreid over het land worden jaarlijks excursies en workshops georganiseerd, voor tellers en als kennismaking voor geïnteresseerden.
Telroutes liggen in loofbossen, gemengde bossen en naaldbossen. Randen van stuifzanden kunnen in de route opgenomen worden. Daarnaast worden ook lanen en wegbermen geteld met boomsoorten die samenleven met ectomycorrhiza vormende paddenstoelen. Denk hierbij aan Eik, Beuk, Berk en Linde, die vaak als laanboom worden aangeplant.
De te monitoren soorten zijn alle in het veld goed herkenbaar en geven een representatief beeld van de paddenstoelenflora van onze bossen op de zandgronden.
In de soortenbank vind je alle informatie over de telsoorten. De soorten staan ook afgebeeld in de fungi-flip die je toegestuurd krijgt als je teller in dit meetnet wordt.

Methodiek
De meetnetten worden geteld volgens een gestandaardiseerde methode. Hierdoor kan het CBS betrouwbare trendberekeningen maken. Hieronder beschrijven kort hoe dit meetnet in zijn werk gaat. Het uitgebreide protocol vind je in de handleiding. Lees het volledige protocol door voor je voor het eerst gaat tellen. Een telronde duurt gemiddeld 2,5 uur, afhankelijk van je ervaring en het aantal paddenstoelen dat er te vinden is.
- Reserveer een kilometerhok met geschikt habitat dat je wilt monitoren op Verspreidingsatlas. Je kunt dit ook in overleg doen met ons.
- Zet binnen dit kilometerhok een vaste route uit van 0,5 tot 1 kilometer die je gemakkelijk kunt volgen. Als de route door een laan of wegberm loopt, neem zo mogelijk dan ook een stuk bos op.
- Zorg ervoor dat je een onderzoeksvergunning hebt van de terreinbeheerder.
- De route wordt verspreid door het groeiseizoen drie maal geteld, in voor paddenstoelen gunstige omstandigheden, tussen juli en half december.
- Tel soorten in een strook tot enkele meters langs de route. Zorg dat je elke keer op dezelfde wijze telt.
- Tenminste soort, aantal groeiplaatsen en habitat worden vastgelegd. Substraat en organisme zijn facultatief, maar invullen hiervan is wenselijk. Een foto toevoegen is facultatief maar verplicht bij zeldzame soorten.
- In principe worden de vier typische soorten en de 138 begeleidende soorten geregistreerd, zie soortenbank. Tel alleen de soorten die je kent.
- Overige soorten kun je ook opgeven, deze dienen te voldoen aan de in de invoerportalen gemelde validatiecriteria. Geef enkel die soorten op waarvan je zeker bent.
