Ectomycorrhizapartner van volgroeide berken in (broek)bossen en bij vrijstaande bomen op de heide. Op zeer droge tot zeer vochtige, voedselarme, zure zand- of veengrond. Zeldzaam op de hoge zandgronden en in de duinen. Augustus-oktober. Na een sterke achteruitgang vanaf de jaren zeventig werd gevreesd dat deze mooie paddenstoel was uitgestorven. In recente tijd echter weer een paar maal gevonden.
Een tamelijk forse paddenstoel. Hoed 4-10 (-12) cm breed, bolvormig of kegelvormig, dan uitspreidend, zwak hygrofaan, oranje- tot roodbruin, vaak met donkerder roodbruin centrum, droog, aanvankelijk glad, dan aangedrukt vezelig-schubbig; hoedrand en steel bij jonge exemplaren verbonden door een vezelig, roodbruin velum. Plaatjes uitgebocht tot smal aangehecht, okerbruin, dan roestbruin. Steel 7-15 x 1-1,5 cm, aan de voet knolvormig verdikt, bleek vleeskleurig of lichtbruin, met een tot vijf oranjerode velumgordels. Geur zwak, radijsachtig. Smaak mild of bitter. Sporenfiguur roestbruin. De oranjerode vezelige velumgordels aan de steel zijn onmiskenbaar voor deze soort.
Bezoekadres & postadres
Toernooiveld 1
6525 ED Nijmegen
Tel. 024 741 0630
info@paddenstoelenonderzoek.nl
ANBI-stichting
Paddenstoelenonderzoek Nederland is een ANBI-stichting en maakt onderdeel uit van Stichting Natuur Onderzoek Nederland.