Soortenbank

Blauwvoetstekelzwam

-

Sarcodon scabrosus

Blauwvoetstekelzwam

Ecologie en verspreiding

Ectomycorrhizapartner van Eik en Beuk in loofbossen op zeer voedselarme zandgrond met dunne strooisellaag, en tegenwoordig vaak in zeer schrale grazige of mosrijke wegbermen. Vrij algemeen op de hoge zandgronden, zeldzaam in de duinen. Juli-oktober. Sterke afname na 1970 met een dieptepunt rond 1990, daarna is het aantal vindplaatsen weer toegenomen en vertoont de soort een stijgende trend.

Herkenning

Een middelgrote tot grote Stekelzwam, alleenstaand of in groepen, soms met elkaar vergroeid, met duidelijke hoed en steel. Hoed tot 14 cm, gewelfd dan vlak of diep trechtervormig, gewoonlijk met iets gelobde omtrek, rood tot donkerbruin met witachtige rand, viltig, maar snel opbrekend in aangedrukte of opstaande schubben, in het centrum grof en dicht opeen, naar de rand fijner, op lichtbruine ondergrond. Onderzijde met dicht opeenstaande, tot 1 cm lange, aflopende stekels, geelachtig tot grijsroze dan purperbruin. Steel 3-10 x 1-3 cm, soms aan de voet vergroeid, cilindrisch of toegespitst, rozebruin tot bruin, aan de basis blauwgroen tot donker groengrijs, viltig tot vezelig schubbig. Vlees stevig, wit tot roze, in de steelbasis grijsgroen. Geur meelachtig, smaak sterk bitter. Sporenfiguur bruin. De blauwgroene tot grijsgroene tint is een goed onderscheidend kenmerk ten opzicht van de Geschubde stekelzwam, die bovendien onder dennen groeit, en de Avondroodstekelzwam, die een roze-violette tint in het vlees heeft. De uiterst zeldzame Fraaie stekelzwam (S. lepidus) heeft ook groenachtig vlees in de steelvoet, een wortelende steel en zeer fijne schubjes op de hoed.

Verspreiding