Ectomycorrhiza vormend met berk in berkenbroek en op vochtige plekken, meestal met veenmos. Algemeen vooral op de hoge zandgronden, de laagveengebieden en in de duinen.
Hoed 30-100 mm, halfbolvormig tot gewelfd, over het algemeen vlekkerig met lichte en donkere bruine tot zwartbruine vlekken, iets fluwelig, bij vocht kleverig. Buisjes buikig, grijs tot crème, bruin vlekkend; poriën rond, 0,5 mm doorsneewit tot grijs, bruin vlekkend. Steel 70-160 x 20-35 mm, vaak naar de voet verbreed, geheel bedekt met bruine tot zwarte schubjes die sterk afsteken tegen de ondergrond. Vlees wit, vaak roze verkleurend in de bovenste helft van de steel, en blauwgroen in de onderste helft. Geur en smaak onbeduidend.
Sporen (10,0-) 13,5 -17,5(-20) x 5,0-6,5 μm, Q = 2.4-3.1, spoelvormig met een deukje boven de apiculus. Hoedhuid een cutis opgebouwd uit korte cilindrische elementen die gemakkelijk losbreken en in het preparaat gaan zwerven (cilindrocysten).
Bezoekadres & postadres
Toernooiveld 1
6525 ED Nijmegen
info@paddenstoelenonderzoek.nl
ANBI-stichting
Paddenstoelenonderzoek Nederland is een ANBI-stichting en maakt onderdeel uit van Stichting Natuur Onderzoek Nederland.