Soortenbank

Dennenvoetzwam

-

Phaeolus schweinitzii

Dennenvoetzwam

Ecologie en verspreiding

Parasiet op de wortels of aan de voet van levende naaldbomen, met een voorkeur voor Douglasspar, maar ook bij Larix, Grove den of Fijnspar. In naaldbossen en gemengde bossen op voedselarme, droge zandgrond. Veroorzaakt bruinrot in de wortels en het kernhout van de stambasis. Juli-december. Vertoont een sterke en gestage toename vanaf de jaren zeventig.

Herkenning

Een grote, eenjarige buisjeszwam met gesteelde vruchtlichamen die soms schijnbaar op de grond groeien, maar verbonden zijn met de wortels van de waardboom. Hoed tot 30 cm doorsnee, vlak of iets verdiept, soms dakpansgewijs boven elkaar een dikke cluster vormend, jong zacht en vlezig en met een opvallend zwavelgele tot geelgroene kleur, later geheel roodbruin tot donkerbruin, lang met een gele tot geelgroene rand, vaak ook min of meer gezoneerd, geheel viltig-harig. Onderzijde met een geelgroene dan bruine buisjeslaag, poriën onregelmatig rond tot hoekig, tot 2,5 mm doorsnee, geel tot geelgroen, bij kneuzing bruin vlekkend, later roestbruin tot zwart en vergroeiend tot een doolhofachtige struktuur of iets aan een stekelzwam herinnerend. Steel centraal of zijdelings, relatief kort en gedrongen, bruin tot zwartbruin. Vlees geelbruin tot donkerbruin, tot 3 cm dik. Sporenfiguur witachtig tot crème. Deze opvallende zwam, jong met zijn gele tot geelgroene tint, is niet erg gemakkelijk te verwisselen met iets anders. Weerschijnzwammen (Inonotus) zijn nooit gesteeld en zijdelings aan het substraat aangehecht.

instructie video over de houtzwammen van het bosmeetnet

Verspreiding