Parasiet op wortels van oude loofbomen, meestal aan de basis van de stam, vrijwel uitsluitend op Eik, soms op Beuk, vooral in wegbermen, in parken, zelden in gesloten loofbos, op voedselarme tot voedselrijke, meestal zanderige of venige grond. Kan jarenlang verschijnen zonder zichtbare schade aan de boom. Algemeen in de binnenduinrand van de kalkrijke duinen en op de hoge zandgronden. September-november. Na een aanvankelijke stijging in de periode 1965-1994 stabiliseert deze soort zich.
De Eikhaas is een opvallende, grote, eenjarige houtzwam met vruchtlichamen die gemakkelijk een halve meter in omvang bereiken. De complexe structuur bestaat uit een witte, sterk vertakte steel met aan de uiteinde van de takken platte, spatelvormige hoeden. Deze hoeden zijn tot 12 cm breed en tot een centimeter dik, met een geelbruine tot grijsbruine bovenkant, vaak met een iets donkerder zone vlakbij de rand, met een glad of gerimpeld oppervlak. De onderzijde is wit tot roomkleurig met ronde, kleine poriën, 2-3 per mm, die bij druk niet verkleuren. De steel is wit. Vlees aanvankelijk zacht, dan taai, in droge toestand bros. Geur paddenstoelachtig, droge exemplaren stinken naar zweetvoeten. Smaak mild. Sporenfiguur wit. Een goed herkenbare soort. De Reuzenzwam (Meripilus giganteus) lijkt er wel wat op, maar heeft geen centrale, vertakte steel en veel grotere hoeden (10-50 cm breed) en de poriën verkleuren bij aanraking zwartbruin. De zeldzame Schermpjeseikhaas (Polyporus umbellatus) heeft ongeveer hetzelfde uiterlijk, maar rondachtige hoedjes die centraal gesteeld zijn.
Bezoekadres & postadres
Toernooiveld 1
6525 ED Nijmegen
Tel. 024 741 0630
info@paddenstoelenonderzoek.nl
ANBI-stichting
Paddenstoelenonderzoek Nederland is een ANBI-stichting en maakt onderdeel uit van Stichting Natuur Onderzoek Nederland.