Ectomycorrhizapartner van loof- en naaldbomen in bossen en wegbermen, vooral op voedselarme, zure bodem. Zeer algemeen in de duinen, de laagveengebieden, de hoge zandgronden en Zuid-Limburg. Juli-november. Lijkt niet gevoelig voor strooiselophoping. De trend vertoont grote schommelingen en is na een dip in de jaren zeventig nu weer stijgend.
Een middelgrote tot grote Russula met een 4-10 cm brede hoed, gewelfd dan vlak met ingedeukt centrum, vlezig, fletsgeel, okergeel tot groenachtig geel, kaal en glad. Plaatjes matig dicht opeen, wit tot crème. Steel 4-7 x 1-2 cm, wit, later grijs wordend, vrij stevig. Vlees wit. Smaak mild tot licht scherp, geur onopvallend tot licht fruitig, ongeveer als appelmoes in blik. Sporenfiguur wittig tot crème. Is te verwarren met de Gele berkenrussula, die een heldergele tot chroomgele hoed heeft en gele plaatjes. De Beukenrussula heeft een okergele hoed en plaatjes, en is bovendien erg scherp.
Bezoekadres & postadres
Toernooiveld 1
6525 ED Nijmegen
Tel. 024 741 0630
info@paddenstoelenonderzoek.nl
ANBI-stichting
Paddenstoelenonderzoek Nederland is een ANBI-stichting en maakt onderdeel uit van Stichting Natuur Onderzoek Nederland.