Soortenbank

Gewone berkenboleet

-

Leccinum scabrum

Gewone berkenboleet

Ecologie en verspreiding

Mycorrhiza vormend met berk, meestal op relatief droge plekken. Zeer algemeen in het hele land.

Herkenning

Microscopische controle vereist

Hoed 50-130 mm, halfbolvormig tot gewelfd, licht tot donkerbruin, heel fijn viltig bijna glad. Buisjes buikig, wit dan bruingrijs; poriën ongeveer 0,5-1 mm doorsnee, rond, grijzig wit, bruin vlekkend. Steel 80-150 x 10-45 mm, naar voet verbreed, geheel bedekt met afstekende, kleine, bruine, dan bijna zwarte schubjes op een lichte ondergrond. Vlees wit, meestal niet verkleurend of iets roze aanlopend bij doorsnijden in de hoed en het bovenste deel van de steel. Smaak mild. Geur onbeduidend. Sporen (13,5-) 14,5-19(-22)x (4,0-)5,0-6,5 μm, Q = 2,5-3,5, spoelvormig tot subcilindrisch. Hoedhuid een cutis bestaande uit lange, cilindrische elementen, zonder cilindrocysten (korte cilindrische elementen die gemakkelijk losbreken en in het preparaat gaan zwerven).

De gewone berkenboleet is goed te herkennen aan de bruine hoed zonder grijs, de fraai bruinzwart geschubde steel en het stevige, witte en meestal onveranderlijke vlees.

Verspreiding