Soortenbank

Gewoon Eekhoorntjesbrood

-

Boletus edulis

Gewoon eekhoorntjesbrood

Ecologie en verspreiding

Ectomycorrhizapartner van loofbomen, zoals Eik, Beuk en Berk, zelden ook bij Kruipwilg, en in mindere mate ook bij naaldbomen zoals Grove den en Fijnspar. Algemeen in de duinen, op de hoge zandgronden en in Zuid-Limburg, zeldzaam in de klei- en laagveengebieden. Juni-december. Na een aanvankelijke achteruitgang onder invloed van verzuring en vermesting, is het Eekhoorntjesbrood zich na de jaren negentig weer duidelijk aan het herstellen.

Herkenning

Het Eekhoorntjesbrood is een forse boleet met een meestal bruine hoed die bij vocht vettig aanvoelt en glad is of fijn gerimpeld. De poriën zijn wit, bij rijping geelolijf tot olijfbruin. De steel is stevig, cilindrisch of breed buikig met het breedste deel onderaan, met een fijn tot grof net dat ongeveer dezelfde kleur heeft als de steel zelf, soms alleen zichtbaar in het bovenste deel. Vlees is stevig en wit, vaak wat rossig aangelopen onder de hoedhuid, niet verkleurend. Geur en smaak aangenaam. Witte vormen (f. albus) en vormen met een gele hoed (f. pusturiensis, f. citrinus) komen voor. Vroeg eekhoorntjesbrood (B. reticulatus) heeft een droge, niet vettig aanvoelende, maar eerder fluwelige hoed, die bij ouderdom openbarst (craquelé). Het Bronskleurig eekhoorntjesbrood (B. aereus) heeft een heel donkere hoed die vaak, bij jonge en verse exemplaren, is voorzien van een fijn wit, poederig beslag. De Bittere boleet (Tylopilus felleus) onderscheidt zich door opvallende roze poriën, een donker net op de steel, en een sterk bittere smaak.

steeloppervlak met net
Eekhoorntjesbrood, net op steel (© Machiel Noordeloos)
instructie video over de Boleten van het bosmeetnet

Verspreiding