Soortenbank

Gewoon veentrechtertje

-

Lichenomphalia umbellifera

Gewoon veentrechtertje

Ecologie en verspreiding

Op uitgedroogd hoogveen en turf, in verlandingszones en in greppels (Arnolds et al., 2014). Vrij zeldzaam, op de hoge zandgronden en in de duinen.

Herkenning

Vruchtlichaam trechterzwam-achtig. Hoed 5-15 mm, vlak met ingedeukt centrum tot trechtervormig, met een gegroefde, gekartelde rand, hygrofaan, doorschijnend gestreept, jong purperbruin snel geelbruin of roze bruin, verblekend tot bleek rozegeel of bijna wit, niet geheel glad maar met losse vezeltjes bedekt. Plaatjes wijd uiteen, dik, diep aflopend op de steel, soms gevorkt of aderig verbonden, eerst purperpruin dan verblekend tot rozecrème, met gave, gelijk gekleurde snede. Steel 10-25 x 1-2 mm, eerst met dezelfde kleur als de hoed, dan gelig bruin, heel fijn behaard (loep), met stijve haren aan de voet. Geur en smaak onbeduidend. Sporen 7,0-10,5(-11,0) x (5,5-)6,0-8,0 m, Q = 1,1-1,7, rond tot ellispoid, dunwandig, kleurloos.

Ondanks de naam, is dit paddenstoeltje in werkelijkheid zeldzaam. Het is een voorbeeld van een gelicheniseerd trechterzwammetje, dit zg. basidiolicheen is een korstmos, waarvan de schimmelpartner behoort tot de trechterzwammen. Op de detailfoto van Nico Dam is goed te zien dat het paddenstoeltje aan het korstmos ontspringt.

Verspreiding