Parasiet op stammen van loofbomen, vooral Els, Berk, Beuk en Eik. Nog lang voortlevend als saprotroof op dode stammen. In broekbossen, loof- en gemengde bossen op zowel voedselarme zandgrond als op voedselrijke zand- en kleigrond. September-december. Algemeen, vooral in de duinen en op de Waddeneilanden, en op de hoge zandgronden, maar ook in de kleigebieden van Noord- en West-Nederland. Gestaag toenemend vanaf de jaren zeventig.
Een matig grote schelpvormige zwam die in groepjes groeit en zijdelings aan het substraat is aangehecht. Hoed 3-10 cm breed, met ingerolde rand, geheel olijfgroen, dan vanuit het centrum geelbruin, de groene-olijf tinten allen nog in de rand, kleverig tot slijmerig, bij droogte aangedrukt vezelig, zelden geheel glad, nabij de aanhechting van de steel kort en dicht behaard. Lamellen smal, dicht opeen, aflopend, bleekgeel of oranjegeel. Steel 1-2,5 x 0,8-2 cm, zijdelings aangehecht of vrijwel afwezig; geelgroen, harig, bij de aanhechting van de plaatjes roodbruin. Vlees dik, wit met een gelatineuze laag onder de hoedhuid. Geur en smaak onopvallend. Sporenfiguur wit. Deze olijfkleurige, kleverige, schelpvormige paddenstoel is niet gemakkelijk met andere soorten te verwarren
Bezoekadres & postadres
Toernooiveld 1
6525 ED Nijmegen
info@paddenstoelenonderzoek.nl
ANBI-stichting
Paddenstoelenonderzoek Nederland is een ANBI-stichting en maakt onderdeel uit van Stichting Natuur Onderzoek Nederland.