Saprotroof in relatief voedselarme lanen, parken, plantsoenen, houtwallen en singels, minder vaak in loof- of gemengd bos. Algemeen op de hoge zandgronden, Zuid-Limburg en in de duinen, zeldzamer op de klei en in de laagveengebieden. Juni-december.
Een kleine tot middelgrote, trechterzwamachtige paddenstoel met een 1-6 cm brede gewelfde dan uitspreidende hoed, soms met een papil, soms met een deukje in het midden en een aanvankelijk ingerolde rand, wit tot lichtgrijs, dof, kaal. Plaatjes breed aangehecht tot aflopend, aanvankelijk wit, spoedig door de rijpe sporen roze tot grijsroze. Steel relatief kort, wit of licht grijs als hoed. Vlees meestal relatief dun. Geur en smaak sterk melig. Gemakkelijk te herkennen aan de witte tot lichtgrijze, trechterzwamachtige habitus, sterke meelgeur, en roze tot rozegrijze plaatjes. De soort stond tot voor kort te boek als een ectomycorrhizavormer, maar het blijkt bij nader onderzoek een saprotrofe paddenstoel te zijn.
Bezoekadres & postadres
Toernooiveld 1
6525 ED Nijmegen
Tel. 024 741 0630
info@paddenstoelenonderzoek.nl
ANBI-stichting
Paddenstoelenonderzoek Nederland is een ANBI-stichting en maakt onderdeel uit van Stichting Natuur Onderzoek Nederland.