Soortenbank

Grote molenaar

-

Clitopilus prunulus

Grote molenaar

Ecologie en verspreiding

Saprotroof in relatief voedselarme lanen, parken, plantsoenen, houtwallen en singels, minder vaak in loof- of gemengd bos. Algemeen op de hoge zandgronden, Zuid-Limburg en in de duinen, zeldzamer op de klei en in de laagveengebieden. Juni-december.

Herkenning

Een kleine tot middelgrote, trechterzwamachtige paddenstoel met een 1-6 cm brede gewelfde dan uitspreidende hoed, soms met een papil, soms met een deukje in het midden en een aanvankelijk ingerolde rand, wit tot lichtgrijs, dof, kaal. Plaatjes breed aangehecht tot aflopend, aanvankelijk wit, spoedig door de rijpe sporen roze tot grijsroze. Steel relatief kort, wit of licht grijs als hoed. Vlees meestal relatief dun. Geur en smaak sterk melig. Gemakkelijk te herkennen aan de witte tot lichtgrijze, trechterzwamachtige habitus, sterke meelgeur, en roze tot rozegrijze plaatjes. De soort stond tot voor kort te boek als een ectomycorrhizavormer, maar het blijkt bij nader onderzoek een saprotrofe paddenstoel te zijn.

Verspreiding