Ectomycorrhizapartner van Lariks, bij bomen vanaf ongeveer 10 jaar oud, voornamelijk langs bosranden en paden, maar ook in het bos, op voedselarme, zure tot matig zure zand- en leembodem. Vrij algemeen op de hoge zandgronden, één vondst van Terschelling. Juli-november. Vroeger algemeen op de hoge zandgronden, sterk achteruitgegaan na de jaren zeventig, maar vertoont weer een duidelijk herstel na 1994. Zomer-herfst. Algemeen en wijd verspreid in heel Europa.
Een middelgrote tot vrij grote boleet, met een droge, viltige tot schubbige, rossig bruine tot donkerbruine, zelden oranjebruine (geel in de forma aureus) hoed, vaak met witte velumresten aan de rand. Buisjes breed aangehecht tot aflopend, bleekgeel, later olijfgroen. Poriën grof en onregelmatig hoekig, vaak samengesteld, groengeel tot olijfgroen. Steel bruin als hoed, hol met een opvallend grote holte, aan de top vaak licht gekleurd, vezelig, met een dikke, groezelig-witte, vezelig-vlokkige ring. Vlees bleek in hoed, bruinig-roze in steel. Smaak en geur mild, aangenaam. Sporenfiguur olijfbruin. Gemakkelijk te herkennen aan de holle steel en droge, schubbige hoed.
Bezoekadres & postadres
Toernooiveld 1
6525 ED Nijmegen
info@paddenstoelenonderzoek.nl
ANBI-stichting
Paddenstoelenonderzoek Nederland is een ANBI-stichting en maakt onderdeel uit van Stichting Natuur Onderzoek Nederland.