Ectomycorrhizapartner van naaldbomen (Den en Spar), ook bij Eik en mogelijk Beuk, in loof- en naaldbossen, lanen en wegbermen op voedselarme, zandige of lemige, enigszins zure bodem met een dunne strooisellaag. Wijd verspreid en vrij algemeen in de duinen, op de hoge zandgronden en in Zuid-Limburg. Augustus-oktober.
Een middelgrote gordijnzwam met een matte, niet-hygrofane oranje- tot roodbruine hoed met een lichtere, soms helder gekleurde rand. De jonge plaatjes hebben een duidelijke oranje tint. Steel chroom-geel met bruin tot rossig bruin velum. Het velum is uitgesproken en zichtbaar als vezeltjes aan de hoedrand en gordeltjes op de steel, die door de sporen vaak roestbruin gekleurd zijn. Geur en smaak onopvallend. Sporenfiguur roestbruin. De combinatie van kenmerken is karakteristiek voor deze soort en ze kan, in combinatie met het habitat, gemakkelijk worden herkend. De Kaneelkleurige gordijzwam behoort tot een complex van moeilijk uit elkaar te houden soorten. In deel 8 van de Flora agaricina neerlandica wordt aangetoond dat de “echte” C. cinnamomeus niet in Nederland voorkomt, en dat de soort die wij zo hebben genoemd in de Verspreidingsatlas en Veldgids 1 in werkelijkheid overeenkomt met Cortinarius eleonorae.
Bezoekadres & postadres
Toernooiveld 1
6525 ED Nijmegen
info@paddenstoelenonderzoek.nl
ANBI-stichting
Paddenstoelenonderzoek Nederland is een ANBI-stichting en maakt onderdeel uit van Stichting Natuur Onderzoek Nederland.