Ectomycorrhiza vormend met berk, op vochtige, zandige bodem. Algemeen.
Herkenning
Deze russula heeft een donkerrode tot puperrode hoed, die eerst iets kleverig is, dan glanzend, en aan de rand duidelijk gegroefd. Ontkleurt vaak bij ouder worden en is dan rossig, vaak met wat groene tinten. Plaatjes zijn wit dan geel. Steel ongeveer even lang als diameter van hoed, wit, vaak met een roodachtige zweem. Geur onpvallend. Smaak mild. Sporenfiguur okergeel.
instructie video over de Russula’s van het bosmeetnet