Soortenbank

Oorlepelzwam

-

Ausriscalpium vulgare

Oorlepelzwam

Ecologie en verspreiding

Saprotroof op (begraven) kegels van de Grove den, soms ook Zwarte den of Fijnspar, in naaldbossen en gemengde bossen op zure tot basische zand- of leemgrond; gewoonlijk 1 – 2 vruchtlichamen per kegel. Vrij algemeen in de duinen, op de hoge zandgronden zeldzamer. Vruchtlichamen zijn het hele jaar te vinden, vooral in de late herfst en vroege winter. Vroeger algemeen in dennenbossen, in de jaren zeventig tot negentig sterk achteruitgegaan, maar sindsdien weer licht toenemend.

Herkenning

De Oorlepelzwam is onmiskenbaar met zijn niervormige hoed met stekels aan de onderzijde en zijdelings aangehechte donkere en behaarde steel.

Verspreiding