Soortenbank

Papilrussula

-

Russula caerulea

Papilrussula

Ecologie en verspreiding

Ectomycorrhizapartner van naaldbomen (vnl. Grove den), in naaldbossen op vochtige en droge zandgronden. Vrij algemeen in de duinen en op de hoge zandgronden. Juli-oktober. Vertoont een stijgende trend na een flinke dip vanaf de jaren zeventig.

Herkenning

Een Russula met een donkerpaarse tot wijnrode 3-8 (12) cm brede hoed, met een duidelijke papil in het verdiepte donker purperen tot bijna zwarte centrum, glad, glanzend, rand van oude exemplaren gegroefd. Plaatjes dicht opeen, geel. Steel 4-8 x 1-2 cm, met knotsvormige voet en toelopende basis, stevig, wit. Vlees wit. Geur fruitig en zurig. Smaak mild, maar in de hoedhuid bitter. Sporenfiguur donker geel. Door de karakteristieke vorm van de hoed met duidelijke papil, de bittere hoedhuid en gele plaatjes goed herkenbaar.

instructie video over de Russula’s van het bosmeetnet

Verspreiding