Soortenbank

Porseleinzwam

-

Oudemansiella mucida

Porceleinzwam

Ecologie en verspreiding

Een zwakteparasiet op stammen en takken van staande, levende, oudere beuken, ook saprotroof op afgevallen takken, liggende en staande stammen, zowel op arme, droge zandgrond als op voedselrijke zand-, leem- en kleigronden. Zeer zelden ook aangetroffen op Eik. Wijd verspreid en vrij algemeen in de duinen tussen Den Haag en Alkmaar en op de hoge zandgronden en Zuid-Limburg. Juli-december. Na een lichte teruggang rond de jaren tachtig lijkt het aantal vindplaatsen van de Porseleinzwam weer toe te nemen.

Herkenning

Een middelgrote paddenstoel, die in bundels op Beuk groeit. Het hele vruchtlichaam is spierwit tot grijzig wit en geheel glibberig-slijmerig. De hoed is tot 8 cm doorsnee, halfbolvormig, later vlakker wordend, glanzend, doorschijnend, naar het centrum vaak gerimpeld. De plaatjes staan wijd uit elkaar, breed aangehecht tot kort aflopend op de steel. Steel 3-10 x 0,3-1 cm, slank, naar de basis verdikt, en daaronder spits toelopend, met een vliezige, opvallend ring, daarboven gestreept, daaronder licht schubbig en sterk slijmerig. Vlees dun, wit. Geur afwezig, smaak zurig. Sporenfiguur wit. Een heel karakteristieke soort door zijn witte, haast transparante, glibberige vruchtlichamen die oplichten in een donker beukenbos. Niet met andere soorten te verwarren. De soort wordt tegenwoordig ook wel in het geslacht Mucidula geplaatst.

Verspreiding