Soortenbank

Roze spijkerzwam

-

Gomphidius roseus

Roze spijkerzwam

Ecologie en verspreiding

Parasitair op het mycelium van de Koeienboleet, Suillus bovinus, in naaldbossen op droge, voedselarme zandgrond, ook bij verspreid staande Grove dennen in heidevegetaties en wegbermen. Vrij algemeen op de hoge zandgronden en in de kalkarme duinen. Augustus-november. De Roze spijkerzwam is minder algemeen dan zijn partner de Koeienboleet. Na een sterke teruggang na 1970 gaat het sinds de eeuwwisseling wat beter met deze soort. In Europa vrij algemeen in de natuurlijke naaldbossen op arme grond.

Herkenning

Een vrij kleine, fraai roze-rode spijkerzwam met een 2-5 cm brede, gewelfde dan vlakke of iets ingedrukte, rozerode tot rozebruine, bij vocht kleverige hoed, die geelachtig bruin verbleekt, soms met zwarte vlekken. Plaatjes wijd uiteen, sterk aflopend, dik, gegaffeld en aderig verbonden, wit of groenachtig wit dan bleekgrijs of asgrijs, tenslotte donker olijfgrijs. Steel cilindrisch, vaak naar de voet versmald, wittig, plaatselijk met roze of rode tinten, bij vocht kleverig, maar snel droog. Bij jonge exemplaren bevindt zich een kleurloos, slijmig velum tussen de hoedrand en de steel, dat als een vage, slijmige ring aan de steel achterblijft, die door rijpe sporen vaak zwart gevlekt is. Geur en smaak onbeduidend. De helderroze tot rode hoed en de wijd uiteenstaande, aflopende plaatjes maken deze soort goed herkenbaar.

Verspreiding