Soortenbank

Schubbig veenmostrechtertje

-

Omphalina gerardiana

Schubbig veenmostrechtertje

Ecologie en verspreiding

Op levend en dood veenmos in hoogvenen, veenmosrietlanden, venige overs van vennen, etc.
Zeldzaam, voorjaar tot in september.

Herkenning

Hoed 13-30, gewelfd met ingedeukt centrum dan trechtervormig, hygrofaan, diep doorschijnend gestreept, bleek bruin tot sepiabruin, geheel bedekt met straalsgewijs gerangschikte, puntige, opstaande, donkere schubjes. Plaatjes relatief dicht opeen, vaalbruin, met gelijk gekleurde, gave snede. Steel 35-60 x 2-4,5 mm, iets aan de voet verbreed, met dezelfde keur als de hoed, glad, wit behaard aan de voet. Geur en smaak onbeduidend. Sporen (8.0-)9,0-12,5(-13,0) x 4,0-5,0 µm, Q = (1,8-)2,0-2,7(-2,8), variabel van vorm, meestal langwerpig, dunwandig, glad.

Deze soort is gemakkelijk te herkennen aan de bruine kleur en puntige, opstaande schubjes op de hoed. Het is een vroege soort, die al in het voorjaar, vanaf mei, vaak in grote aantallen te vinden is. Later in het jaar zijn de aantallen kleiner.

Verspreiding