Soortenbank

Spoelvoetcollybia

-

Gymnopus fusipes

Spoelvoetcollybia

Ecologie en verspreiding

Parasiet op levende of saprotroof op dode wortels van oude loofbomen, met name Eik en Beuk, in bossen en lanen op matig voedselrijke zand- en leembodem. Verschijnt al vroeg (Juni-midden oktober). Vrij algemeen op de hoge zandgronden, in de duinen en Zuid-Limburg. De trend vertoont schommelingen, in de periode vanaf 1965 vertoont de soort een flinke stijging, die nu is gestabiliseerd.

Herkenning

De Spoelvoetcollybia is een opvallende soort, die vaak in dichte bundels groeit aan de voet van Eik of Beuk. De hoed varieert van licht tot donker oranje- of roodbruin, verbleekt bij ouderdom en uitdroging, vaak vlekkerig met roestbruine vlekjes, licht gewelfd met grote bult, glad. De plaatjes zijn breed, uitgebocht aangehecht, vrij ver uiteen, bleek rozebruin tot donker (rood)bruin, vaak met roestbruine vlekjes. Steel tot 16 x 1-2 cm, bleek aan de top, naar de basis roodachtig tot zwart aan de voet, spoelvormig, meestal gedraaid en iets afgeplat, sterk versmallend naar de voet en vergroeid met de wortelende gezamenlijke basis. Vlees taai. Geur en smaak zwak. Sporenfiguur wit.

instructie video over taailingen en collybia’s

Verspreiding