Soortenbank

Veenmossatijnzwam

-

Entoloma elodes

Veenmossatijnzwam

Ecologie en verspreiding

In groepen in hoogveengebieden en vochtige heide op zure, voedselarme grond.
Verspreiding: Vrij zeldzaam voornamelijk op de hoge zandgronden en op een enkele plaats in de duinen.

Herkenning

Microscopische controle vereist

Middelgroot, ridderzwam- of mycena-achtig. Hoed 25–70 mm, gewelfd tot vlak, met lage umbo of iets ingedeukt, hygrofaan, niet of vaag doorschijnend gestreept, grijsbruin tot roodbruin, fijn vezelig-glimmerig, nauwelijks schubbig. Lamellen uitgebocht aangehecht, vuilroze, met gelijk gekleurde of bruine snede.  Steel 20–80 × 3–10 mm, bleekbruin, meestal bleker dan de hoed, vezelig gestreept. Geur en smaak melig tot ranzig. Sporen (8–)9–11,5(–12,5) × (6–)7–9(–9,5) µm. Cheilocystidia 25–70 × 7–20(–25) × 3–7 µm, geknopt. Gespen aanwezig.

In het veld is de Veenmossatijnzwam te onderscheiden door de hygrofane, vezelig-glimmerige, niet schubbige hoed, microscopsich zijn de geknopte cheilocystiden doorslaggevend. Recent moleculair onderzoek heeft aangetoond dat de Bruingerande satijnzwam slechts een vorm is van de Veenmossatijnzwam met een bruine snede, en de soorten zijn daarom nu synoniem.

Verspreiding