In groepen in hoogveengebieden en vochtige heide op zure, voedselarme grond.
Verspreiding: Vrij zeldzaam voornamelijk op de hoge zandgronden en op een enkele plaats in de duinen.
Middelgroot, ridderzwam- of mycena-achtig. Hoed 25–70 mm, gewelfd tot vlak, met lage umbo of iets ingedeukt, hygrofaan, niet of vaag doorschijnend gestreept, grijsbruin tot roodbruin, fijn vezelig-glimmerig, nauwelijks schubbig. Lamellen uitgebocht aangehecht, vuilroze, met gelijk gekleurde of bruine snede. Steel 20–80 × 3–10 mm, bleekbruin, meestal bleker dan de hoed, vezelig gestreept. Geur en smaak melig tot ranzig. Sporen (8–)9–11,5(–12,5) × (6–)7–9(–9,5) µm. Cheilocystidia 25–70 × 7–20(–25) × 3–7 µm, geknopt. Gespen aanwezig.
In het veld is de Veenmossatijnzwam te onderscheiden door de hygrofane, vezelig-glimmerige, niet schubbige hoed, microscopsich zijn de geknopte cheilocystiden doorslaggevend. Recent moleculair onderzoek heeft aangetoond dat de Bruingerande satijnzwam slechts een vorm is van de Veenmossatijnzwam met een bruine snede, en de soorten zijn daarom nu synoniem.
Bezoekadres & postadres
Toernooiveld 1
6525 ED Nijmegen
Tel. 024 741 0630
info@paddenstoelenonderzoek.nl
ANBI-stichting
Paddenstoelenonderzoek Nederland is een ANBI-stichting en maakt onderdeel uit van Stichting Natuur Onderzoek Nederland.