Soortenbank

Vliegenzwam

-

Amanita muscaria

vliegenzwammen

Ecologie en verspreiding

Een onmiskenbare, grote amaniet met meestal dieprode, zelden oranje hoed, in goed ontwikkelde toestand dicht bezet met talrijke witte velumplakjes, vaak in een regelmatig patroon, maar die er gemakkelijk door regen afspoelen. Plaatjes vrij en wit, later soms grijzig geel. Steel fors, tot 20 cm lang met een bolronde tot eivormige verdikte voet, rand van de knol met wrattige volva resten, met een witte, brede, vliezige, hangende ring aan de top. Zonder geur of smaak. Sporenfiguur wit. Een goed herkenbare soort die niet gemakkelijk met iets anders wordt verwisseld, tenzij de velumplakjes op de hoed geheel zijn verdwenen. Dan wordt hij wel eens voor een Russula aangezien. Een variëteit met een gele hoed wordt onderscheiden als var. formosa. Een sterk verbleekt exemplaar zou hiervoor aangezien kunnen worden.

Herkenning

Ectomycorrhizapartner van allerlei soorten naald- en loofbomen, vaak met Berk, maar ook bij Beuk, Eik en Spar, een enkele keer bij Populier en Kruipwilg, in bossen en lanen op zure tot neutrale, venige tot minerale, meestal zandige bodems. Juli-december. De Vliegenzwam is een soort van de hogere zandgronden in het oosten, midden en zuiden van het land en van de duinen. In de veen- en kleigebieden komt de soort ook wel voor, maar veel minder. Hier blijkt de soort vooral op plekken te staan waar zand is opgebracht, zoals in wegbermen en in parken.

instructie video over de amanieten van het bosmeetnet

Verspreiding