Soortenbank

Weerhuisje

-

Astraeus hygrometricus

Weerhuisje

Ecologie en verspreiding

Ectomycorrhizapartner van loofbomen, zoals Eik en Beuk, vaak op warme, zonnige plekken langs bosranden of bij vrij staande bomen, op droge, neutrale tot zure zandgrond en ook op oude mijnstorten, (oude) vruchtlichamen zijn het hele jaar te vinden, met een piek in het voorjaar. Vroeger vrij algemeen in midden Nederland, nu vrij zeldzaam. Hij geldt als gevoelig voor verzuring en vermesting. De trend van deze soort vertoont grote schommelingen.

Herkenning

Een forse buikzwam, die wel wat weg heeft van een aardster: het bolvormige vruchtlichaam van 1-3 cm doorsnee is omgeven door 5-20 stevige, tot 4 mm dikke slippen; de bovenzijde van de slippen is grijsbruin tot zwartbruin met onregelmatige barsten. Het meest opvallend kenmerk is de eigenschap dat de slippen hygroscopisch zijn en omkrullen bij droogte, het bolletje geheel omsluitend. Het bolletje is ongesteeld, viltig-vezelig, bruin, opgedroogd variërend van wit tot zwart, en met een onregelmatige opening. Sporenmassa donker grijsbruin. Sommige aardsterren zijn ook enigszins hygroscopisch, maar die onderscheiden zich dan door de veel dunnere slippen en een regelmatiger, gewimperde mondopening.

Verspreiding