Soortenbank

Zeeduinchampignon

-

Agaricus devoniensis

Zeeduinchampignon

Ecologie en verspreiding

De Zeeduinchampignon is kenmerkend voor de lijzijde van de zeereep, in primaire, matig dynamische duinen, waar regelmatig zand inwaait, maar het milieu is minder dynamisch dan bij de Helmharpoenzwam, Duinfranjehoed, Duinstinkzwam en Zandtulpje. Hij groeit zowel in helmvegetaties als schrale, mosrijke duingraslanden en leeft saprotroof op organische bestanddelen in duinzand.

Hij heeft een vrijwel aaneengesloten verspreidingsgebied in kalkrijke en kalkarme duinen van Walcheren tot Rottumeroog. Aldaar vrij algemeen tot algemeen maar gewoonlijk lokaal en in vrij lage dichtheden. Enkele vindplaatsen langs zeearmen in Zeeland, Zuid-Holland en in het Lauwersmeergebied.

Herkenning

De Zeeduinchampignon is voor een champignon vrij klein met een witachtige, niet geschubde hoed van 3-6(-8) cm breed. De vruchtlichamen zijn vaak gedeeltelijk in het zand begraven, waardoor er op de hoed vaak gronddeeltjes aanwezig zijn. De steel wortelt gewoonlijk diep in het zand en heeft een smalle, opstijgende ring. De lamellen zijn jong roze (zoals bij de Weidechampignon, Agaricus campestris). Het vlees verkleurt nauwelijks of zwak roze. Hij is in het veld goed te herkennen aan deze kenmerken in combinatie met het specifieke biotoop.

Verspreiding